Even voorstellen: Leonie Voragen

Het resultaat dat we tot nu toe hebben behaald was niet mogelijk geweest zonder ons team met gedreven mensen, samen werken we vol passie en positieve energie aan onze gezamenlijke missie. Iedere maand interviewen we een teamlid zodat je kennis kunt maken met de mensen achter het Kavelmodel. We beginnen deze reeks met Leonie Voragen, zij stuurt vanuit het projectteam de werkstroom Anders Organiseren aan.

Even voorstellen: Leonie Voragen

Waarom werk jij met zoveel passie aan het Kavelmodel?

Ik ben ervan overtuigd dat een transitie in de zorg noodzakelijk is. Voorheen heb ik ook gewerkt op plekken waar ik kon bijdragen aan deze transitie maar dan was dat altijd vanuit het perspectief van een bepaalde systeemspeler, vaak de verzekeraar of gemeente. Bij het Kavelmodel werken we silo en domein overstijgend en hebben we de mogelijkheid om echt de populatie en dus de mens centraal te stellen en dat is wat mij drijft. 

We zitten midden in het speelveld van de gezondheidszorg en er is ruimte om te pionieren. We zijn daarbij minder gebonden aan de grenzen en regels van een organisatie en dat ligt mij goed. Al is het tegelijk ook spannend want we zijn natuurlijk wel afhankelijk van deze organisaties en systeemspelers als we het Kavelmodel echt willen laten slagen. Er is altijd een kans dat het niet lukt.

Wat maakt het spannend?

De vraag of we het voor elkaar krijgen om de complexiteit goed te vangen met dit model. De transitie in de zorg en paradigmashift die hiervoor nodig is, om die echt goed voor elkaar te krijgen, dat is echt een flinke uitdaging. We hopen natuurlijk het resultaat te halen wat we voor ogen hebben maar de praktijk moet uitwijzen of dit daadwerkelijk lukt.

Hoe ziet dat resultaat er voor jou uit?

Ik verwijs daarvoor graag naar de kanteling zoals Jan Rotmans hem beschrijft. Er is in de transitietheorie sprake van een kantelmoment. Er gaan decennia vooraf aan zo’n kanteling waarbij de systeemspelers steeds meer beginnen te piepen en te kraken. Er kunnen dan twee dingen gebeuren en dan kan het zo zijn dat we de kanteling maken en de systeemspelers zich aanpassen aan de nieuwe situatie. Of dat er te veel weerstand is en je eigenlijk terug kantelt. En wij hopen natuurlijk op die kanteling naar een nieuwe situatie. Maar de vraag is of de systeemspelers daartoe in staat zijn. Ze zullen er wel toe bereid zijn maar of ze er als het eropaan komt ook echt toe in staat zijn moet in de praktijk blijken. Als dat lukt dan zou het landschap van de gezondheidszorg er zomaar eens heel anders uit kunnen gaan zien. Dan denk ik aan het ziekenhuis van de toekomst waarbij de zorg meer naar ons toe komt, burgers die zichzelf veel meer gaan organiseren en eigen verantwoordelijkheid nemen. Meer focus op preventie. Maar misschien nog wel het belangrijkste is een heel ander perspectief op gezondheid. Dat we niet meer alleen denken dat gezond zijn hetzelfde is als niet ziek zijn maar dat we positieve gezondheid echt doorleven en met elkaar begrijpen en handelen naar de overtuiging dat gezondheid misschien wel veel meer gaat over sociale aspecten zoals participatie en zingeving. Ik geloof dat we een beweging gaan maken waarin we steeds meer van het individualisme los komen en iets meer naar het collectief gaan. Zoals we vroeger ons leven meer hadden ingericht binnen de gemeenschap waarin je niet alleen zorgt voor je eigen gezondheid maar ook voor die van elkaar.

Denk jij dat het Kavelmodel een manier is om deze kanteling te maken? 

Ja dat denk ik echt. Om echte verandering te weeg te brengen moeten de systeemspekers zich op een andere manier gaan organiseren. Dat kunnen ze alleen als ze eerst met elkaar leren hoe het anders te doen. En dit is heel lastig om op nationaal niveau voor elkaar te krijgen maar al ga je dat afbakenen en je pakt een populatie in een regio dan is het veel overzichtelijker. Daarbij richten wij ons met het Kavelmodel niet alleen op de systeemspelers maar ook op de inwoners, zij moeten ook veranderen als het aankomt op gezondheid. Dit faciliteren wij met de interventies die het best passen bij de populatie en de inwoners ook te betrekken bij de keuze van interventies. 

Om de verandering binnen een kavel te laten slagen moeten we de juiste systeemspelers zich laten organiseren in een lerend systeem waarin wij ze faciliteren zodat ze het ook echt anders kunnen gaan doen. Maar wel onder de voorwaarden dat ze zich dan echt gaan transformeren. Hiermee bedoel ik dat ze de consequenties van dat leren ook daadwerkelijk aanvaarden. partijen zijn aanspreekbaar én verantwoordelijk voor de resultaten. Dat betekent dat ze zowel op de positieve als negatieve resultaten kunnen worden afgerekend. Zo creëer je een lerend systeem wat ook echt gaat veranderen. En daar wordt het spannend. Want wat gebeurt er als ze het wel willen maar het in de praktijk niet blijken te kunnen of niet doen. Wat gebeurt er dan?

Wat gebeurt er als de resultaten uitblijven?

Wij faciliteren dat de systeemspelers kunnen veranderen. We bieden monitoring, organisatiekracht en financiering. We doen er alles aan om de randvoorwaarden te scheppen waarbinnen zij een lerend systeem kunnen zijn. Maar stel dat het ergens toch niet goed gaat, bijvoorbeeld een ziekenhuis wat echt niet kan afbouwen, dan moet er een nieuw plan worden bedacht. En wij hopen dat er een systeem ontstaat waarbinnen we onszelf steeds aan kunnen passen aan de situatie die ontstaat. Gaandeweg leren we van elkaar.

Wat is volgens jou het belangrijkste in het laten slagen van de kanteling?

Het gaat om groot denken en klein doen. De ambitie en de droom is heel erg groot maar de stapjes om daar te komen mogen, of moeten zelfs, klein zijn. Dat kleine zit hem in de stapjes die we binnen het lerende systeem zetten. Door interventies te ontwikkelen én daar met elkaar van te leren creëren we een adaptief systeem dat langzaam evolueert. Daarmee willen we graag starten in 1 kavel om vervolgens de learnings mee te nemen in de 3 of 4 volgende kavels. Alle lessen die we in de verschillende kavels gaan leren helpen ons steeds een stapje verder. Net zo lang tot we weten wat wel en niet werkt en we daarmee kunnen laten zien hoe we de kanteling op nationaal niveau voor elkaar kunnen krijgen.

Daarbij zijn wij niet de enige die bezig zijn om dit voor elkaar te krijgen. Er zijn bijvoorbeeld ook de initiatieven van de GROZzerdammen en Lea Bouwmeester met haar Regulatory Sandbox. Zij dragen ook allemaal op hun manier bij aan de kanteling. 

Wat zijn tot nu toe de belangrijkste learnings voor jou?

We zien nu eigenlijk pas hoe belangrijk de verkennende fase was van vorig jaar. We hebben behoorlijk lang de tijd genomen om door heel het land gesprekken te voeren met zoveel mogelijk stakeholders waarin we onze plannen konden toetsen. Dit heeft gezorgd voor een sterk fundament en resulteert nu in het feit dat we veel steun en medewerking uit het veld krijgen. Zo is het voor ons bijvoorbeeld ongelofelijk waardevol dat Menzis, PGGM en VWS aan boord durfden te springen als partner. Het feit dat ook zij hierin geloven is voor ons wel rand voorwaardelijk geweest om verder te gaan met onze plannen. Als je pionier bent loop je altijd met je hoofd vol in de wind. Maar we hebben als team met elkaar zo’n ongelofelijk drive dat we echt al heel ver zijn gekomen. We scheppen met elkaar daardoor ook wel veel verwachtingen maar we krijgen tegelijk ook veel vertrouwen door grotere partijen die zich nu bij ons aansluiten. Daar vinden we erkenning voor onze plannen.